MENU

02.05.2019

"Investeren in welzijn heeft echt zin"

“Investeren in welzijn heeft echt zin”
In gesprek met Johan Andrée, directeur-bestuurder Mozaïek


De wortels van Mozaïek liggen in Tiel. De welzijnsorganisatie levert unieke diensten, zoals de wijkcoach, het jongerenwerk, Matchpoint, de onderwijsconsulent en activiteiten in voor en met de Tielenaren. Johan Andrée is sinds 2013 directeur-bestuurder van Mozaïek en is lid van de Raad van Advies Zorgalliantie.

“Ik ben een jaar of zes geleden bij Mozaïek komen werken”, vertelt Johan Andrée. “Daarvoor werkte ik onder meer als directeur-bestuurder voor het Stedelijk Jongerenwerk Amsterdam. In die jaren heb ik altijd
intensief samengewerkt met de Hogeschool van Amsterdam. Voor mij was het een natuurlijk mechanisme toen ik hier kwam werken om te kijken naar een kennispartner. Via via kwam ik al vrij snel in aanraking met de HAN en de Zorgalliantie.”

Mozaïek zit stevig in een groot aantal netwerken, zij verbindt en werkt samen met een groot aantal partners. Welke meerwaarde biedt de Zorgalliantie voor de welzijnsorganisatie? “Wat er leuk aan is, is dat je regelmatig vanuit de andere domeinen kijkt naar vraagstukken rondom bijvoorbeeld nieuwkomers, mensen met verward gedrag”, vertelt Andrée. “Zo zijn er altijd actuele thema’s waarmee we allemaal te maken hebben, zij het elk vanuit een andere invalshoek. En hoe breng je dat bij elkaar? Wetende dat je dat altijd ineen netwerk of keten moet gaan organiseren. Omdat geen enkele partij meer stand alone in staat is om bij complexe problematiek al die oplossingen goed voor elkaar te krijgen. In die uitwisseling leer je veel van elkaar. Dat past bij hoe ik werk en in het leven sta. Het was ook makkelijk om via de Zorgalliantie een aantal studentonderzoekers in te schakelen voor een project rondom verward gedrag. Dat hadden we anders echt niet zo makkelijk voor elkaar gekregen en hadden we het niet in de huidige vorm kunnen uitvoeren.” Een onderzoeksthema van de Zorgalliantie is inclusie van verwarde personen. Ook in gemeente Tiel en specifiek in de wijk Rauwenhof zijn er meer hevigere incidenten met mensen met verward gedrag.“In Rauwenhof is de afgelopen jaren het aantal incident-meldingen opgelopen naar 100 per jaar, dat is gemiddeld 2 week. Voor een buurt met acht straten is dat best heftig. Daar zijn wij samen met een van de woningcorporaties op gaan inzoomen en bekijken wat we daar konden gaan doen. Het project ‘Rauwenhof – buurt uit de war’ zelf loopt nog tot het eind van dit jaar”, zegt Andrée. ”Daarin gingen we eigenlijk van scratch een hele nieuwe werkwijze ontwikkelen in die buurt. Je hebt van te voren wel een paar ideeën en heleboel aanvliegroutes. Maar gaandeweg ga je die fijn slijpen om nog scherper te krijgen wat wel of niet werkt, en zo ontwikkelt zich vanuit de praktijk een nieuwe methodiek .”

De HAN kijkt mee naar de validering van de methodieken en doet aanbevelingen. Tegelijkertijd bleek het in de praktijk lastig om te bepalen vanuit welke invalshoek dit project aangepakt kon worden. “Op het moment dat je dat doet vanuit een stigma ‘verward gedrag’ gaan alle deurtjes dicht en gaat er niks open”, geeft Andrée aan. “We hebben het echt moeten insteken vanuit het leefbaarheidsvraagstuk: ‘Hoe bevalt het jullie nu in wijk en wat zou er beter mogen’? Ervan uitgaande dat in een wijk met 100 meldingen per jaar er ongetwijfeld een aantal bewoners zijn die daar iets over gingen zeggen. Dat is ook voor een deel uitgekomen. Het interessante van zo’n project is de enorme complexiteit en de deelvraagstukken die uiteindelijk allemaal op zo’n klein geografische niveau in verbinding moeten worden gebracht. Zaken als dagbesteding, zingeving, schulden, passend toewijzen of organiseren van lotgenotencontact komen allemaal samen. De rol die je daarbij speelt als welzijnsorganisatie maakt het een leerzaam project. Voor Rauwenhof hebben we, samen met de woningcorporatie, extra fondsmiddelen geworven. Dat betekent dat je armslag zoveel groter is. In de reguliere uren kun je dit nooit doen. Nu kunnen we een dagdeel per week in die ene wijk investeren. Dat levert enorm veel op en is weer een bewijs dat investeren in welzijn echt zin heeft.”

De HAN blinkt als hogeschool uit in de manier waarop onderwijs, onderzoek en de beroepspraktijk onlosmakelijk en voortdurend zijn verbonden. Hoe werken we nu echt goed met elkaar samen in de
driehoek? “Daar valt altijd nog wel wat aan te verbeteren”, geeft Andrée aan. “Wat ik recentelijk zie is, dat wij in deze branche nadrukkelijk op zoek moeten naar beroeps uitoefenaars. Een aantal jaren geleden werd je geadviseerd om vanuit welzijn je om te scholen naar bijvoorbeeld zorg.
Maar nu hebben wij grote behoefte aan goede jonge professionals, die weten welke thematiek binnen het beroepenveld speelt en een bepaalde mindset hebben, denk aan een opbouwwerkende attitude. In de zorg speelt dit al langer en dat maakt het vraagstuk ook wel weer interessant. Waarbij zorgorganisaties de afgelopen jaren toch wel een beetje de neiging hadden om het werk naar zich toe te trekken, komen ze er
langzamerhand achter dat ze het misschien op een andere manier moeten organiseren. Wijkverpleging die bijvoorbeeld moeite heeft om goed met familie of mantelzorger om te gaan. Die zijn heel erg geneigd om vanuit het zorgdomein, zorgopdrachten aan anderen te geven. In plaats van te kijken op welke wijze een pallet van ondersteuning georganiseerd kan worden vanuit de cliënt en zijn of haar omgeving. Wij zien nu ook af en toe een soort van structurele angst voor ‘de inwoner’. Sommige professionals vinden het bloedeng om op inwoners afstappen en een praatje mee maken of te vragen wat ze willen, goed te luisteren en een volwaardige werkrelatie mee opbouwen. Ze appen of mailen liever, ‘veilig’ van achter hun scherm. Dat kan wel anders. Als dat van huis uit niet meer wordt geleerd, dan kan het onderwijs daarin ondersteuning bieden.”

Het werk van Mozaïek vindt plaats in persoonlijk contact met deelnemers en activiteitengroepen, maar vooral ook in een groot aantal samenwerkingsverbanden. Mozaïek doet mee in een groot aantal plaatselijke en regionale netwerken. Voor welke uitdagingen staan ze de komende tijd in het sociale domein?

“Ik ben in die zin nog niet helemaal tevreden”, zegt Andrée. “De transformatie opgave hebben we eigenlijk nog niet goed gerealiseerd. Er komen nieuwe vraagstukken op ons af, zoals extramuralisatie van de ggz.
Relatief nieuw binnen het jongerenwerk is dat je allerlei dingen rondom pinpasfraude met jongeren ziet. Armoede en schulden is hier ook, in combinatie met laaggeletterdheid en gezondheidsproblematiek, een issue. Nieuwe statushouders ontwikkelen multiproblematiek. De echte vergrijzingsgolf moet nog komen. Ik merk dat het voor onze medewerkers lastig is om vanuit het huidige uitvoerdersdomein echt out of te box te denken, zoals hoe zou ik mijn werk kunnen organiseren op het moment dat mijn caseload verdubbelt? Ze hebben de neiging om het te zoeken in nog iets harder fietsen. We hebben samen nog een maatschappelijke agenda te vullen. Natuurlijk kan ik best wel tevreden zijn over een aantal dingen
die we fantastisch doen en waar we leuk mee gescoord hebben, maar ik me nog teveel zorgen over alles wat nog op ons af komt. Geen tijd nog voor zelfgenoegzaamheid, helaas. Doen we dan later nog een keer. Genoeg reden om ’s ochtends wakker te worden en eens te kijken hoe we het gaan fiksen en oplossen. Dan hoop ik dat ik de Zorgalliantie op een gegeven moment ook voor dit soortvraagstukken kan benaderen en ze kunnen helpen om out of the box naar nieuwe oplossingen te zoeken.”

Neem ook eens een kijkje op de site van de zorgalliantie :

https://zorgalliantie.com/inve...

https://zorgalliantie.com/wie-...